Woordenlijst

Deze woordenlijst bevat een aantal veel voorkomende termen op het gebied van e-learning.  We hopen met deze woordenlijst het complexe terrein van e-learning wat toegankelijker te maken. Een algemeen computerwoordenboek is te vinden op http://www.computerwoorden.nl.


Application Sharing

Software die het mogelijk maakt dat meerdere deelnemers gezamenlijk en op hetzelfde moment met een bepaald programma werken. In principe kan elk programma worden gebruikt (tekstverwerker, spreadsheet, grafisch programma enz.). Het programma kan steeds maar door één deelnemer worden bestuurd, het maakt niet uit wie dat is. De andere deelnemers volgen de handelingen. In een online leeromgeving geeft deze faciliteit de docent de mogelijkheid om op afstand feedback te geven op handelingen die door een cursist worden uitgevoerd.


ASP
 
ASP staat voor Application Service Provider. ASP's zijn aanbieders die software via Internet ter beschikking stellen aan organisaties. Een organisatie heeft alleen toegang tot Internet nodig om de software te kunnen gebruiken. Dat scheelt in aanschaf en beheer van software. Vergelijk het met de telefoon. De gebruiker betaalt alleen de aansluitkosten en kosten van het gebruik.


Asynchrone communicatie

Communicatie waarbij de betrokkenen niet op dezelfde tijd online zijn en dus communiceren met een tijdsvertraging. Dit biedt mogelijkheden om te leren met een groep die bestaat uit leden in verschillende tijdszones. Een voorbeeld zijn discussiegroepen op Internet of binnen een elektronische leeromgeving, maar ook e-mail.


Authoring tool

Dit is software waarmee e-learning ontwikkelaars content kunnen maken.


Blended learning

De mix van leerinterventies, zoals e-learning en traditionele klassikaal leren, maar ook asynchrone e-learning met synchrone e-learning.


Chat
 
Synchroon communiceren via de computer. In een zogenaamde chatbox kunnen gelijktijdig meerdere mensen communiceren. Het communiceren verloopt geheel via tekst. Een deelnemer typt een vraag of opmerking, drukt op Enter en zijn/haar bijdrage wordt voor elke deelnemer zichtbaar. Men kan een vraag stellen maar ook antwoord geven op een vraag die op dat moment gesteld wordt. Chat kent zijn eigen 'turbo-taal' via specifieke karakterisering voor uitdrukkingen van taal en emotie.


CMS (Content Management System)
 
Met een CMS kan men documenten beheren. Vaak wordt er gewerkt volgens de "content levenscyclus": creatie, publicatie en onderhoud. Via een dergelijk systeem kan informatie worden aangemaakt, gepubliceerd en onderhouden.


Computer-based training (CBT)
 
Een cursus of training waarbij het multimedia cursusmateriaal wordt aangeboden via een computer, meestal via een CD-ROM. De computer hoeft niet aangesloten te zijn op een netwerk en de cursus biedt meestal geen links naar bronnen buiten de cursus.


Computer supported collaborative learning

Computer Supported Collaborative Learning, oftewel CSCL, is samenwerkend leren waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT (steeds vaker Internettechnologie). Een omschrijving is: "CSCL is focused on how collaborative learning supported by technology can enhance peer interaction and work in groups, and how collaboration and technology facilitate sharing and distributing of knowledge and expertise among community members."


Content
 
Letterlijk “inhoud”. Brede verzamelnaam voor alle leerstof en andere inhoudsbronnen binnen een organisatie. Binnen e-learning wordt met content in het algemeen leerstof bedoeld.


C-Learning
 
Als tegenhanger van e-learning wordt met c-learning het traditionele leren in een klaslokaal bedoeld. C-Learning staat dus voor classroom learning. (Zie ook m-learning)


E-learning
 
De verzamelnaam voor het vormgeven van leersituaties (formeel en informeel) met behulp van de mogelijkheden van ICT (in het bijzonder internettechnologie). E-learning kan dus verschillende “verschijningsvormen” hebben.


Elektronische Leeromgeving (ELO)

Een omgeving die e-learning ondersteunt. Aangezien e-learning verschillende “verschijningsvormen” kan hebben, kan elke ELO er anders uit zien. Meestal ondersteunt een ELO het leerproces en de administratieve/ondersteunende processen. Onder ELO vallen zowel een LMS, een LCMS en een authoring tool (deze begrippen worden elders verklaard).


Just-in-time
 
Dit is een term die vaak met logistiek wordt geassocieerd. In het kader van e-learning wordt deze gebruikt om aan te geven dat de lerende toegang heeft tot de informatie op het moment dat hij die nodig heeft. Dit in tegenstelling tot het principe just-in-case, het aanbieden van leerstof voor het geval dat de cursist die ooit nodig zou hebben.


Learning Content Management System (LCMS)

Dit is een content management systeem (zie CMS) die speciaal voor het maken van leercontent (zie content) is gemaakt. Met een goed LCMS is het mogelijk om leerobjecten (zie verderop) individueel dan wel in teams te ontwikkelen en te beheren (o.a. versie- en variatiebeheer). 
Belangrijke zaken daarbij zijn: ondersteunen van het ontwikkel- en samenwerkingsproces; opslaan van de content in de kleinst mogelijke betekenisvolle eenheid (herbruikbare leerobjecten); het scheiden van inhoud en vorm; zodanig opslaan dat de content gemakkelijk en betekenisvol is terug te vinden en te hergebruiken. Een van de voordelen daarvan is dat content op maat kan worden gedistribueerd (personalisatie), zowel wat betreft inhoud, vorm als omvang (wat, hoe en hoeveel).


Learning management system (LMS)
 
Dit is een applicatie die de administratieve en logistieke processen rondom het leren ondersteunt, zoals het registreren en inschrijven van cursisten, de voortgangsregistratie en de resourceplanning (bijvoorbeeld mensen, middelen en ruimtes). Een beetje oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat een LMS een elektronische catalogus met cursussen is, waarbij het LMS cursisten helpt bij het vinden van de juiste cursus. Vervolgens houdt het systeem bij welke cursist op welke cursus staat ingeschreven, alsook de hoofdlijnen van de voortgang, zoals welke onderdelen van de cursus de lerende heeft afgerond.
 
Learning Object (leerobject)
Een eenheid leerstof die zelfstandig toegevoegde waarde heeft voor het leerproces. De eenheid leerstof is autonoom herbruikbaar en kan onafhankelijk van de media (zoals een leermanagementsysteem) worden gebruikt. Met behulp van leerobjecten kunnen leerpaden worden samengesteld, afgestemd op de specifieke wensen en/of kenmerken van de lerende. Vaak wordt de vuistregel gehanteerd dat een leerobject binnen maximaal 20 minuten moet worden kunnen doorlopen.


Leerportaal
 
Dit zijn websites die de lerende en de organisatie de mogelijkheid geven om op een eenvoudige wijze toegang te krijgen tot een gecategoriseerd overzicht van e-learning, veelal van verschillende aanbieders. Daarbij kan het gaan om nieuws, websites maar ook om trainingen of leerobjecten die via het Internet kunnen worden doorlopen. De inhoud wordt afgestemd op de bezoeker, op basis van diens persoonlijke profiel. Veelal bevat een leerportal LMS-functionaliteiten.


M-Learning

Voortbordurend op de term e-learning wordt met m-learning gedoeld op Mobile learning, oftewel mobiel leren. Leren vindt plaats via draadloze apparaten zoals handcomputers (bijvoorbeeld de Palm of de iPAQ), tablet-PC’s  en mobiele telefoons. Leren wordt nog plaats onafhankelijker. (Zie ook c-learning).


Mediamix

Een combinatie van media binnen een cursus of leerobject, met het doel deelnemers iets te leren. Bijvoorbeeld een cd-rom, een boek en een website. (Zie ook blended learning.)


Online

Verbonden met het netwerk (zoals het Internet).


Online community
 
Dit zijn ontmoetingsplaatsen op het Internet waar bezoekers met bijvoorbeeld gelijke interesses of werkzaamheden elkaar opzoeken. In de context van e-learning is deze ontmoetingsplaats zodanig ingericht dat de lerenden in contact kunnen komen met anderen en samen kunnen leren en kennis delen. De online community faciliteert in deze behoeften. De inhoud in de community wordt veelal door de leden bepaald, in dit geval de lerende.


Online leren

Leren via een netwerk. (Zie ook e-learning.)



Open source software

Dit is software waarvan de broncode wordt vrijgegeven, zodat andere ontwikkelaars en programmeurs een bijdrage kunnen leveren aan de verdere ontwikkeling. Open source software hoeft niet gratis te zijn. Er is ook open source e-learning software beschikbaar (zoals FLE3 of Moodle).

 

Performance Support

Performance Support (PS) is elke leerinterventie, hulpmiddel of activiteit die beschikbaar is op het moment dat de ondersteuning nodig is. Performance Support is daarbij ingebed in het werkproces, zodanig dat de leer- en ondersteuningsinterventie toegankelijk is binnen het werkproces, om ondersteuning te bieden bij specifieke vragen. PS kan worden ingedeeld in twee categorieën: Paper-based en Electronic. Dus op papier dan wel digitaal. Op papier is de oudste vorm van performance support. Denk aan job-aids. Gele "post-it notes" rond iemands monitor zou je ook een vorm van performance support kunnen noemen. Electronic Performance Support is vooral bekend onder de naam Electronic Performance Support Systems (kortweg: EPSS). Geavanceerde versies van EPSS bieden een direct beschikbare oplossing, binnen de context van het werk en geïntegreerd in het werkproces. Dit type oplossing vraag om een heldere strategie, gestoeld op een analyse vooraf, planning en ontwerp.

 


Portfolio

Het begrip portfolio verwijst naar instrumenten die gemeenschappelijk hebben dat ze de unieke ontwikkeling van de lerende of het resultaat van die ontwikkeling zichtbaar maken. Hoe dat gebeurt, kan verschillen (afhankelijk van het doel dat een organisatie met het  portfolio voor ogen heeft). Portfolio’s bevatten vaak drie onderdelen. In de eerste plaats overzichten waarin de lerende duidelijk maakt in welke context hij waaraan heeft gewerkt, welke opleidingen hij waar en wanneer heeft gevolgd, over welke vaardigheden hij beschikt en in welke mate hij zichzelf als competent beschouwt. Op de tweede plaats bevat een portfolio meestal materiaal waarmee de lerende bewijst dat hij competent is. Voorbeelden zijn evaluaties door anderen, of video-opnamen van het eigen handelen. Op de derde (en laatste) plaats bevat een portfolio meestal ook reflecties van lerenden. De lerende analyseert zijn eigen bekwaamheden ten opzichte van een bepaald profiel waaraan de lerende wil voldoen. Portfolio's kunnen worden gebruikt voor meer gepersonaliseerd (deelnemergecentreerd) leren. Portfolio’s kunnen via Internet-applicaties worden ontwikkeld en ontsloten. Lerenden kunnen anderen selectief toegang geven tot hun portfolio’s.


Return on investment (ROI)

Een berekening die duidelijk maakt wat op termijn de opbrengsten zijn van de geschatte investeringen. Vaak gaat het om de ‘harde’ opbrengsten (lees: besparingen / geld), maar het kan ook om ‘zachtere opbrengsten’ gaan, denk aan uitstraling, verhoogde kwaliteit etc.


RSS

RSS staat voor "Rich Site Summary" of voor "Really Simple Syndication". Het is een bepaalde toepassing van de computertaal XML waarmee de inhoud van een website zo wordt opgeslagen dat andere sites deze informatie automatisch in hun eigen omgeving kunnen tonen. Via speciale RSS-readers kun je snel zien welke sites zijn veranderd. Vooral weblogs maken gebruik van RSS.


Self assessment
 
Het proces waarmee de deelnemer zijn persoonlijke kennis- en/of vaardigheidsniveau kan bepalen, vaak in relatie tot een bepaald competentieprofiel. Binnen sommige leermanagementsystemen (zie LMS)  krijgen deelnemers vervolgens automatisch een advies om een cursus of een leerobject te volgen, op het moment dat er sprake is van een kloof tussen de huidige competenties en de benodigde competenties.


Self-paced learning
 
De deelnemer bepaald zelf het tempo waarin hij/zij leert.


Social software

Dit zijn applicaties waar mensen via Internet elkaar kunnen “ontmoeten”, met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. Social software wordt steeds vaker ingezet voor leerdoeleinden.


Standaarden

De opkomst van “standaarden” is een belangrijke trend binnen de wereld van e-learning. Voor e-learning zijn op dit moment er nog geen geaccrediteerde standaarden, wat leveranciers van e-learning systemen ook beweren. Wel is wereldwijd een aantal organisaties de specificaties voor de toekomstige standaarden aan het voorbereiden.(..) De belangrijkste organisaties die zich bezighouden met specificaties voor e-learning zijn AICC, ADL (SCORM), IMS en IEEE. De IEEE is de enige die standaarden kan accrediteren. Daarnaast zijn er nog regionale initiatieven, zoals ARIADNE (Europa) en CANCORE (Canada). Beide organisaties hebben banden met het IMS of de IEEE.


Synchrone communicatie

Betrokkenen zijn op hetzelfde moment, maar niet op dezelfde plaats met elkaar aan het communiceren. Zo kan bijvoorbeeld een expert een presentatie verzorgen via het Internet, terwijl de deelnemers vanaf een andere plaats de les volgen en de gelegenheid hebben om via geluid of tekst (chat) vragen te stellen.


Teleleerplatforms

Zie elektronische leeromgevingen.


Virtual classroom
 
Vrij vertaald betekent dit een virtueel klaslokaal. Oftewel het verzorgen van een les via het Internet. Het is een vorm van synchrone e-learning, synchroon omdat de docent(en) en de cursisten op hetzelfde tijdstip online zijn, ieder achter zijn/haar eigen PC. De virtuele klas kan dus bestaan uit deelnemers die verspreid over de hele wereld aan de cursus deelnemen. Er is specifieke software beschikbaar die virtuele klassen ondersteunt / mogelijk maakt.


Webbased Training (WBT)
 
Training die geleverd wordt via Internettechnologie.


Weblog

Een weblog kun je omschrijven als een soort logboek op Internet waar een auteur (of meerdere auteurs) schrijft over wat hem of haar bezighoudt. Vaak gaat dat om een bepaald onderwerp (zoals ICT in het onderwijs), maar een weblog kan ook over verschillende onderwerpen gaan. Een weblog is meestal vrij toegankelijk, maar kan ook beveiligd zijn met een wachtwoord. Bezoekers van een weblog kunnen dikwijls ook reageren op berichten van de "blogger" (de auteur van de weblog). Docenten/opleiders kunnen weblogs gebruiken om informatie aan studenten/cursisten te verstrekken en om discussie over onderwerpen te stimuleren. Ook kunnen studenten/cursisten als opdracht een weblog bijhouden.


Wiki

De term Wiki is afkomstig uit Hawaï en betekent “snel”. Het is een Internettoepassing waarmee een groep mensen samen kunnen werken aan Internetpagina’s. De inhoud wordt onmiddellijk gepubliceerd, zonder dat een redactie dit nog moet accepteren.  Een Wiki kan worden gebruikt om samen teksten te schrijven.

 

Zie ook:

Wat is e-learning?
Vormen van e-learning
Voor- en nadelen van e-learning
Achtergrondartikelen van marktspelers